Laatst kreeg ik van Gert Brinkhorst, oprichter van het bedrijf Rondom Rouw, een handreiking voor verlies en rouw gericht op mensen met een verstandelijke handicap. Nu is er veel geschreven over mensen met een beperking en heb ik veel gelezen over rouwverwerking, maar de combinatie is redelijk uniek. De wijze waarop Brinkhorst het heeft vormgegeven met een fotoverhaal is dan ook bijzonder.

EMOTIES IN DE HOOFDROL

Laatst zat ik aan tafel met een jonge vrouw, Anne Marie en we spraken over de dood van Ramses Shaffey. In de krant die open op tafel lag stond een grote foto van de Amsterdamse zanger in zijn jonge jaren. Anne Marie kent zijn liedjes en zingt ze mee zodra er een op de radio is. Dat Ramses er nu niet meer is, kan ze moeilijk begrijpen. Anne Marie heeft een verstandelijke beperking en hoewel ze lekker kan kletsen is het praten over emoties voor haar een stap te ver. Ze wordt stil en trekt zich terug als een rups in zijn cocon. Praten over haar opa die gisteren overleed is nog lastiger. Daarom heeft haar moeder Anne Marie maar thuis gelaten toen ze naar haar vader ging. Maar hoe moet het nou bij de begrafenis? Onder het genot van een kop thee kijken Anne Marie en ik naar de foto van Ramses en moeder legt er een foto van opa bij. Ik vraag Anne Marie naar een mooie herinnering aan haar opa. Ze blijft stil. Kwam je de laatste tijd nog vaak bij opa? Anne Marie knikt ja. Wat deed je dan? ‘Praten,’ antwoordt ze. Opa was al een tijdje ziek en hij lag veel in bed. ‘Patat met sate eten,’ roept ze ineens spontaan en ik zie een twinkeling in haar ogen. ‘Mmmm, lekker,’ zeg ik en ik geniet van haar gezichtsuitdrukking. ‘Schrijf het maar eens op: patat met sate. “Samen maken we een mooi briefje met haar herinneringen aan opa. Anne Marie wil graag weten wat er gebeurt met de begrafenis. Samen met haar moeder bekijkt ze het fotoverhaal van Gert Brinkorst. De foto’s geven een mooi beeld van hoe het eruit kan zien. De hoofdrolspeler is Jeroen, een jongen met een verstandelijke beperking. Er staan ook allerlei pictogrammen bij, iets wat Anne Marie ook in het dagelijks leven gebruikt. Ze vindt de plaatjes mooi en ziet dat Jeroen een tekening maakt. Dat wil Anne Marie ook.

Gert Brinkhorst is er met medewerking van zorginstelling De Lichtenvoorde in geslaagd een duidelijk beeld te creëren als handvat voor begeleiders en ouders van mensen met een verstandelijke beperking. Met de werkboekjes kan iedereen in een rouwperiode aan de slag. Een handreiking tijdens de uitvaart, maar ook een hulp om daarna de draad weer op te pakken.

De Handreiking voor verlies en rouw op www.rondomrouw.nl

 ’Ik ben boos. Waarom is ze er zomaar tussenuit gepiept,’ zegt de 14-jarige Sophie. Haar oma is een half jaar geleden overleden, maar Sophie wil er liever niet over praten.  ‘Schrijf maar eens kort wat woorden op,’ zeg ik en schuif haar een briefje en pen toe. 

Veel mensen kunnen emoties moeilijk verwoorden. Een gevoel van pijn is vaak onbeschrijfelijk. Toch helpt het om dingen op te schrijven of te zeggen. Dichters weten het vaak te treffen in prachtige, rake zinnen. Soms zelfs zo dat anderen hun emoties daarin herkennen. Verdriet en rouw zijn in de poëzie, maar ook in de muziek dan ook een steeds terugkerend thema. Schrijvers weten met eufemismen en synoniemen moeilijke woorden te verbeelden. Gedichten en liederen bieden mensen daarom troost.

‘Aan tafel blijft een stoel in stilte wachten,’ schrijft Ted van Lieshout en iedereen die een dierbare heeft verloren weet hoe dat voelt. Schrijven helpt, misschien niet direct, maar het helpt. Deze conclusie trok ook Karolijne van der Houwen in haar promotieonderzoek bij de faculteit Sociale Wetenschappen van de Utrechtse Universiteit eind vorig jaar. ‘Wanneer mensen schrijven over stressvolle gebeurtenissen die ze hebben meegemaakt, kan dat positieve gevolgen hebben voor hun gezondheid,’ aldus Van der Houwen. Schrijven helpt dus bij rouwverwerking. Maar wat ga je schrijven?

Vaak begint het met wat er in je op komt, herinneringen aan de tijd toen iemand er nog was. Mooie herinneringen, maar ook minder mooie. Iemand heeft niet alleen maar mooie kanten en iemand was niet altijd vrolijk. Laatst maakte ik een herinneringsboek (Ditbenik-boekje) met een jonge vrouw die hoogzwanger was. Ze vertelde me over haar moeder en haar ambities als oma. ‘Kinderen zijn mijn carrière, kleinkinderen mijn promotie,’ dat was haar motto. Deze opmerking raakte me eens temeer omdat ik me realiseerde dat ze haar kind nooit meer aan ‘oma’ kon laten zien. Die middag kwamen alle herinneringen op tafel van de zorgzame moeder, soms betuttelend, maar vooral lief en bezorgd. Maar welke herinneringen hou je vast? Vaak is het moeilijk om iemand te beschrijven. ‘Hij is lief; ze was er altijd voor me,’ zijn zinnen die kloppen, maar hoe herinner je je iemand? Bram Vermeulen schreef een heel bekend nummer ‘De Steen’.

‘Ik heb een steen verlegd

in een rivier op aarde.

Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.

Ik leverde bewijs van mijn bestaan

Omdat door het verleggen

van die ene steen

de stroom nooit meer dezelfde weg kan gaan.’

‘Wat heeft oma voor jou betekend? Wanneer mis je haar het meest, wat maakt haar voor jou zo bijzonder?’ vraag ik aan Sophie. Door op zoek te gaan naar antwoorden op deze vraag ontstaat een beeld bij de herinneringen. Deze kun je beschrijven, kort als anekdote of gedicht/ verhaaltje.

Overigens zijn er veel muzikanten die hun herinneringen verwoorden in een lied. Neem nu de Brabantse Gerard van Maasakkers die schrijft over zijn vader (hovenier) in het lied ‘D’n  boom’ of zijn ode aan zijn heel jong overleden zusje Marijke. Van Maasakkers vertelt in het programma De Kist (EO) over zijn liedjes waarin hij zijn herinneringen beschrijft.

Sophie trekt het monopoliespel uit de kast. ‘Dit zou ik nog zo graag één keer met haar willen spelen….’

Zondagmiddag sta ik op bed om de tekst ‘Hou de liefde in ere’ op de muur te schilderen. Ik zag het op een wit gestucte muur in Brugge.

Hou de liefde in ere

Zo’n simpele kreet, maar met een extra dimensie wanneer je er dieper over nadenkt. Dat doet me denken aan een gesprek met een oudere man op begraafplaats Westerveld waar ik samen met mijn man fotografeerde. Met zijn rollator kwam hij ons tegemoet. ‘Kijk eens naar het graf van mijn vrouw’, riep hij ons toe. ‘Die?’, vraagt mijn man en wees op een bruine grafsteen met wat verdroogde planten ervoor. ‘Nee, die daar achter’, en hij boog met zijn arm naar een stijlvolle zwarte zerk. Op de steen zat een geëmailleerd fotootje. Een deftig gekapte vrouw keek ons vriendelijk aan. Voor de zerk mooie bloeiende plantjes en de grond was net geharkt en bewaterd. ‘Mooi’, zei ik. ‘Dat verdient ze’, zei hij. ‘Ze was 16 jaar toen ik haar voor het eerst ontmoette en 84 toen ze stierf. 68 jaar kende ik haar.’ De man keek omhoog en was even stil.‘Dat is lang, dat zie je niet zoveel meer in deze tijd’, probeerde ik er wat hedendaagse realiteit in te brengen. ‘Als je maar van elkaar wil houden, dan blijf je verliefd’, ketste hij ‘de bal’ terug. Daar konden we het mee doen. ‘Ik kom hier zo’n twee tot drie keer per week. Het graf een beetje bijhouden, plantjes verzorgen.’ ‘Mooi dat u dat doet’, zei ik met respect.

‘Dat verdient ze’, mompelde hij nog eens en groette ons vriendelijk terwijl hij verder ‘rolde’.

Correcties, spaties te veel, wel of geen aanhalingstekens, cursief? Het 96 pagina’s tellende boekje voor de Ermelose Oudheidkundige vereniging is eindelijk af. Een onwijs leuke klus om van saaie oude feiten een leuk en vooral leesbaar boekje te maken. Nu ik de proefdruk zo in handen heb, ben ik al die obstakels vergeten en voelt het lekker.

Een brokje geschiedenis van het Veluwse Ermelo

Een aantal maanden geleden vroeg de Oudheidkundige Vereniging Ermeloo me om een opzet te maken voor een handzaam boekje met het thema vervoer. Het boekje moet de eerste in een reeks worden, een serie over het dorp Ermelo.

Oud-onderwijzer Hein Oldeman heeft een tekst aangeleverd waarin met name de geschiedenis van busmaatschappij VAD goed uitgelicht wordt. Samen met kaartenverzamelaar Dick van Wijngaarden ben ik op zoek gegaan naar mooie oude  plaatjes, documenten en informatie. Tijdens de opmaak vond ik nog een aantal leuke anekdotes en kon ik gelukkig putten uit een aantal familiealbums en mijn eigen foto-archief. In 2008 heb ik tijdens de afbraak van het Ermelose busstation een aantal foto’s gemaakt en die kan ik nu mooi gebruiken.

Vorige week kwam er nog iemand met foto’s uit een oude doos. Zijn vader had in 1929 een veeverhuiswagen. Nostalgie!  Over een paar weken ligt het boekje in de winkels in Ermelo en ga ik natuurlijk even trots kijken bij Bruna hoe het in de rekken staat. Ondertussen zijn we alweer bezig met deel twee waarin de Ermelose middenstand aan de orde komt.

Nog geen week geleden was ik geheel onbekend met het twitter-fenomeen. Dat was toch vooral voor jongeren. Tijdens een gesprek met Anke Wiersma van het bedrijf Syntens kreeg ik echter een frisse kijk op deze communicatie en ik besloot me erin te storten met het motto ‘baat het niet, dan schaadt het niet’.  

Een beetje stuurloos begon ik te surfen, gretig naar informatie. Ik twitterde en zocht binnen de community naar (voor mij) bekende namen. En al doende… ach, zo oud ben ik toch ook nog niet:) Inmiddels volg ik diverse twitteraars en plaats ik mijn eerste foto’s op twitpic: http://twitpic.com/xn0g9 

contacten

Het is wel wennen om alles bij te houden: website, blog, twitteren, twitpic en dan ook nog ‘gewoon’ werken. Maar ik denk dat we vrienden worden; de social media en ik. Ik kreeg net een heel leuk mailtje van Niek van Duivenboode. Hij twittert over inspiratiefilms en op mijn vraag of er een film was met het thema verlies tipte hij me de film  ’Cherri Blossoms – Hunami’
een film over rouw en het leven oppakken. Ik heb zijn bericht op het forum van onze site gezet http://persoonlijkerkanhaastniet.nl/forum/read.php?3,6 . Ga zeker kijken!

Mijn Mamuze-collega Yvonne Ballijns vroeg onlangs of ik een foto wilde maken van haar jazzdansgroep. Mijn fotocursisten (beginners) kregen gelijk een workshop en liepen, overigens net als ik, op tegen de dilemma’s van licht, ruimte en de grootte van de groep.

Het was geweldig leuk om te zien hoe de tieners plezier hadden in het dansen. Hoewel ze nog in de oefenfase zitten en kleding met veiligheidsspelden vast moest hielden ze niet in bij hun uitvoering. 

move

De afgelopen weken ben ik in de wereld van addwords en linken gedoken. Niet mijn ding, maar noodzakelijk in de wereld die business heet. En hoe vaak ik aan mensen vroeg wat ik moest doen om zoveel mogelijk bezoekers op mijn site te krijgen, zo vaak kreeg ik een mistig verhaal over ranking en metingen van robots. Hoe goed ik ook mijn best deed, ik kon er geen spagetti van koken.

Daarom richtte ik me maar op datgene waar mijn krachten liggen: de creativiteit. Met het oog op de kerst ontwierp ik een persoonlijke kaart die ik wilde sturen naar iemand die helemaal geen fijne kerstdagen voor ogen had en zeker niet geloofde in een ‘gelukkig’ nieuwjaar. ‘Goh’, zeiden mensen. ‘Doe mij ook zo’n kaartje.’ Nu worden er alleen al in Nederland 200 miljoen kaarten in de decembermaand verstuurd. Bij de meeste kaarten gaat het om een prachtige glimmende buitenkant met een standaard tekst. Maar wat schrijf je dan aan mensen in rouw? Dan gaat het ineens om de juiste woorden.

Mijn kaartje kwam, via via, bij Omroep Gelderland en die belde mij vanmiddag op. Presentatrice Inge Delleman hield een telefonisch interview van een paar minuten. Aansluitend keek ik op mijn site, waar ik sinds kort een statistiekje aan heb ‘hangen’ en nou zie ik het aantal bezoekers met het uur omhoog schieten. Ik heb het afgelopen uur net zoveel bezoekers gehad als vorige maand in een week. En dat zonder robots, want daar snap ik helemaal niks van. Ook weten over welke site ik het heb? Kijk op www.persoonlijkerkanhaastniet.nl.

als een standaard kaartje niet genoeg is

Vanmorgen waren we te gast in de studio van Omroep Gelderland met presentator Peter van den Hout. Gerts (mijn partner) passie voor begraafplaatsen bracht genoeg stof tot gesprek. Het bleek dat de presentator ook wel wat met begraafplaatsen had, maar dat dat vaak beperkt bleef tot in buitenlandvakanties.
Ook luisteraars mailden foto’s van de ‘vrolijke begraafplaats’ in Roemenië. De funeraire passie blijkt aanstekelijk. Van den Hout heeft in zijn studententijd ook veel gefotografeerd op kerkhoven en begraafplaatsen en menig toerist is in Parijs op Père Lachaise geweest.
Dat het bij Gert verder gaat dan een bezoek blijkt uit zijn boek ‘Welk een rustig plekje’, maar ook uit de oprichting van de Stichting Begraafplaatsen Ermelo-Veldwijk (zie www.begraafplaatsenveldwijk.nl). Daar krijgen de stenen van meer dan 100 jaar oud een gezicht. Een passie gaat verder dan een weekendje… Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed, toch?

in de studio van omroep gelderland

in de studio van omroep gelderland

“Ge kunt fier zijn!” zei Paul Peters tijdens de prijsuitreiking van de tiende editie van de International Funeral Award (IFA) zaterdagavond 25 oktober, terwijl hij me feliciteerde met de Award. Peters was organisator van deze uitreiking en had kosten noch moeite gespaard om het tweede lustrum onvergetelijk te maken.    

 

Ik ontving samen met mijn partner Gert Hofsink deze prestigieuze prijs tijdens een groots gala in het Hiltonhotel in Antwerpen. “Dit had ik echt nooit verwacht,” zei ik enigszins perplex toen ik het prachtige bronzen beeld in ontvangst nam.

Nog geen jaar geleden bedacht ik samen met Gert het concept voor het Ditbenik-boekje en het Ditbenik-prentje. We presenteerden dit tijdens beurzen en deden met honderdzestig andere bedrijven mee in de voorselectie voor de IFA, de Oscar in de uitvaartbranche. Uiteindelijk boog de kwaliteitsraad zich op 20 september over de verschillende initiatieven en werden er 94 nominaties bekend gemaakt. Dat we bij de genomineerden hoorden was al een enorme opsteker. We gingen dan ook naar de finale in Antwerpen met het gevoel dit feest een keer mee te maken. En een feest was het. Om elf uur werden we onthaald op een rondvaartboot voor een verrassend tochtje over de Schelde. Daarna ontvingen alle genomineerden in het schitterende stadhuis van Antwerpen een bronzen plaquette en oorkonde uit handen van de schepen Guy Lauwers.  En zoiets maak je toch niet elke dag mee. We rekenden ons echter totaal niet tot de kanshebbers. “ben je zenuwachtig?” vroeg Gert me vlak voor de prijsuitreiking. “Nee,” antwoordde ik. “We hoeven toch niet op het podium te komen.” Mijn verbazing was dan ook groot toen onze naam werd omgeroepen. We hoorden bij de laatste drie. ”En de winnaar is….” Het was net een droom. Een kroon op het werk van het afgelopen jaar. 

De IFA is tien jaar geleden in het leven geroepen om een brug te slaan tussen de branche en consumenten. In die tien jaar is er veel veranderd in vraag en aanbod. Mede daarom heeft de IFA zich sterk gemaakt om een (internationale) kwaliteitsraad voor het uitvaartwezen in het leven te roepen. Deze kwaliteitsraad bestaat nu uit professionals die hun sporen in de uitvaartbranche verdiend hebben. De Awards werden uitgereikt in vijf categorieën. Wij ontvingen onze Award in de categorie ‘Toelevering aan de uitvaartsector particulieren’. 

 Nu dacht ik na 25 oktober even rust te krijgen. Maar niets  is minder waar. Er volgde een week vol afspraken, radio-interviews, felicitaties, kaarten en mails en vooral ook veel telefoon… Geweldig!

 

 

 

 

Begraven of cremeren? Terwijl ik een lesbrief schrijf over de ‘rijke stinkerds’ die vroeger ín de kerk begraven werden, speelt deze vraag even door mijn hoofd. Het is een moeilijke vraag waarop ik geen definitief antwoord op weet. Vond ik vroeger het idee van die gloeiend hete oven afschuwelijk, sinds mijn vakantie in Brabant afgelopen augustus heb ik ook bedenkingen bij een plek op een kerkhof.

 

Mijn moeder koos voor cremeren omdat ze dacht anders door de wormen opgevreten te worden. Ik was een jaar of twaalf toen ik een berekening probeerde te maken hoeveel wormen aan zo’n koningsmaal mochten. Onlangs las ik een ontnuchterend artikel op www.dood.nl dat wormen helemaal niet aan bod kwamen bij de ontbinding van een lichaam. Simpelweg omdat we dode lichamen volgens de wetsvoorschriften minstens vijftig centimeter onder het aardoppervlak moeten begraven. En dat is te diep voor wormen. In datzelfde artikel lees ik dat bacteriën het meeste werk verrichten.  Het zijn ook die bacteriën die een stinkend gas produceren. En dan ben ik weer bij de ‘rijke stinkerds’.

Maar goed en wel ontbonden, mag je dan gemiddeld tien tot dertig jaar op dezelfde plek blijven liggen. Nabestaanden kunnen de steen schoonmaken, zand harken en bloemetjes brengen, liefdevol en met respect voor de overledene. Uiteindelijk kunnen deze graven ook geruimd worden. En daar haak ik af. Een aantal malen trof ik in een afgelegen hoekje op een begraafplaats een berg puin van oude grafstenen. Geen nabestaande die zich daar om bekommert. Maar nog heftiger in shock was ik na mijn bezoek aan een begraafplaats in Oudenbosch.

 

Vlak naast de imposante koepelkerk die boven het Brabantse plaatsje uittorent is een rustieke begraafplaats met een klein kapelletje. Ik fotografeerde enkele monumentjes op deze dodenakker en het viel me op dat alles er goed geharkt bij lag. Paden waren onkruidvrij en stenen netjes gepoetst. Ik deelde deze waarneming met mijn partner even verderop. ‘Ja, ze hebben hier zo hard geschoffeld dat het onderste boven is gekomen,’ antwoordde hij. Hij wees hierbij op een stukje bot dat naast zijn rechter voet lag. Vlak voor hem lag een vingerkootje en hij had zojuist ook een stukje schedel gevonden. Mij bekroop een onpasselijk gevoel. Overal lagen stukjes beenderen van overledenen, begraven op gewijde grond. Ook het kistbeslag zat her en der in de bovenlaag van de grond. Het idee dat nabestaanden hier dagelijks komen om dicht bij een overledene te zijn speelt door mijn hoofd. Zijn zij in de wetenschap dat ze zeer binnenkort hun dierbare zelfs weer kunnen aanraken?

beenderen

beenderen