Vanmorgen waren we te gast in de studio van Omroep Gelderland met presentator Peter van den Hout. Gerts (mijn partner) passie voor begraafplaatsen bracht genoeg stof tot gesprek. Het bleek dat de presentator ook wel wat met begraafplaatsen had, maar dat dat vaak beperkt bleef tot in buitenlandvakanties.
Ook luisteraars mailden foto’s van de ‘vrolijke begraafplaats’ in Roemenië. De funeraire passie blijkt aanstekelijk. Van den Hout heeft in zijn studententijd ook veel gefotografeerd op kerkhoven en begraafplaatsen en menig toerist is in Parijs op Père Lachaise geweest.
Dat het bij Gert verder gaat dan een bezoek blijkt uit zijn boek ‘Welk een rustig plekje’, maar ook uit de oprichting van de Stichting Begraafplaatsen Ermelo-Veldwijk (zie www.begraafplaatsenveldwijk.nl). Daar krijgen de stenen van meer dan 100 jaar oud een gezicht. Een passie gaat verder dan een weekendje… Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed, toch?

in de studio van omroep gelderland

in de studio van omroep gelderland

“Ge kunt fier zijn!” zei Paul Peters tijdens de prijsuitreiking van de tiende editie van de International Funeral Award (IFA) zaterdagavond 25 oktober, terwijl hij me feliciteerde met de Award. Peters was organisator van deze uitreiking en had kosten noch moeite gespaard om het tweede lustrum onvergetelijk te maken.    

 

Ik ontving samen met mijn partner Gert Hofsink deze prestigieuze prijs tijdens een groots gala in het Hiltonhotel in Antwerpen. “Dit had ik echt nooit verwacht,” zei ik enigszins perplex toen ik het prachtige bronzen beeld in ontvangst nam.

Nog geen jaar geleden bedacht ik samen met Gert het concept voor het Ditbenik-boekje en het Ditbenik-prentje. We presenteerden dit tijdens beurzen en deden met honderdzestig andere bedrijven mee in de voorselectie voor de IFA, de Oscar in de uitvaartbranche. Uiteindelijk boog de kwaliteitsraad zich op 20 september over de verschillende initiatieven en werden er 94 nominaties bekend gemaakt. Dat we bij de genomineerden hoorden was al een enorme opsteker. We gingen dan ook naar de finale in Antwerpen met het gevoel dit feest een keer mee te maken. En een feest was het. Om elf uur werden we onthaald op een rondvaartboot voor een verrassend tochtje over de Schelde. Daarna ontvingen alle genomineerden in het schitterende stadhuis van Antwerpen een bronzen plaquette en oorkonde uit handen van de schepen Guy Lauwers.  En zoiets maak je toch niet elke dag mee. We rekenden ons echter totaal niet tot de kanshebbers. “ben je zenuwachtig?” vroeg Gert me vlak voor de prijsuitreiking. “Nee,” antwoordde ik. “We hoeven toch niet op het podium te komen.” Mijn verbazing was dan ook groot toen onze naam werd omgeroepen. We hoorden bij de laatste drie. ”En de winnaar is….” Het was net een droom. Een kroon op het werk van het afgelopen jaar. 

De IFA is tien jaar geleden in het leven geroepen om een brug te slaan tussen de branche en consumenten. In die tien jaar is er veel veranderd in vraag en aanbod. Mede daarom heeft de IFA zich sterk gemaakt om een (internationale) kwaliteitsraad voor het uitvaartwezen in het leven te roepen. Deze kwaliteitsraad bestaat nu uit professionals die hun sporen in de uitvaartbranche verdiend hebben. De Awards werden uitgereikt in vijf categorieën. Wij ontvingen onze Award in de categorie ‘Toelevering aan de uitvaartsector particulieren’. 

 Nu dacht ik na 25 oktober even rust te krijgen. Maar niets  is minder waar. Er volgde een week vol afspraken, radio-interviews, felicitaties, kaarten en mails en vooral ook veel telefoon… Geweldig!

 

 

 

 

Begraven of cremeren? Terwijl ik een lesbrief schrijf over de ‘rijke stinkerds’ die vroeger ín de kerk begraven werden, speelt deze vraag even door mijn hoofd. Het is een moeilijke vraag waarop ik geen definitief antwoord op weet. Vond ik vroeger het idee van die gloeiend hete oven afschuwelijk, sinds mijn vakantie in Brabant afgelopen augustus heb ik ook bedenkingen bij een plek op een kerkhof.

 

Mijn moeder koos voor cremeren omdat ze dacht anders door de wormen opgevreten te worden. Ik was een jaar of twaalf toen ik een berekening probeerde te maken hoeveel wormen aan zo’n koningsmaal mochten. Onlangs las ik een ontnuchterend artikel op www.dood.nl dat wormen helemaal niet aan bod kwamen bij de ontbinding van een lichaam. Simpelweg omdat we dode lichamen volgens de wetsvoorschriften minstens vijftig centimeter onder het aardoppervlak moeten begraven. En dat is te diep voor wormen. In datzelfde artikel lees ik dat bacteriën het meeste werk verrichten.  Het zijn ook die bacteriën die een stinkend gas produceren. En dan ben ik weer bij de ‘rijke stinkerds’.

Maar goed en wel ontbonden, mag je dan gemiddeld tien tot dertig jaar op dezelfde plek blijven liggen. Nabestaanden kunnen de steen schoonmaken, zand harken en bloemetjes brengen, liefdevol en met respect voor de overledene. Uiteindelijk kunnen deze graven ook geruimd worden. En daar haak ik af. Een aantal malen trof ik in een afgelegen hoekje op een begraafplaats een berg puin van oude grafstenen. Geen nabestaande die zich daar om bekommert. Maar nog heftiger in shock was ik na mijn bezoek aan een begraafplaats in Oudenbosch.

 

Vlak naast de imposante koepelkerk die boven het Brabantse plaatsje uittorent is een rustieke begraafplaats met een klein kapelletje. Ik fotografeerde enkele monumentjes op deze dodenakker en het viel me op dat alles er goed geharkt bij lag. Paden waren onkruidvrij en stenen netjes gepoetst. Ik deelde deze waarneming met mijn partner even verderop. ‘Ja, ze hebben hier zo hard geschoffeld dat het onderste boven is gekomen,’ antwoordde hij. Hij wees hierbij op een stukje bot dat naast zijn rechter voet lag. Vlak voor hem lag een vingerkootje en hij had zojuist ook een stukje schedel gevonden. Mij bekroop een onpasselijk gevoel. Overal lagen stukjes beenderen van overledenen, begraven op gewijde grond. Ook het kistbeslag zat her en der in de bovenlaag van de grond. Het idee dat nabestaanden hier dagelijks komen om dicht bij een overledene te zijn speelt door mijn hoofd. Zijn zij in de wetenschap dat ze zeer binnenkort hun dierbare zelfs weer kunnen aanraken?

beenderen

beenderen

 

Ik voel wel een lichte vorm van hebberigheid: likkebaardend bladeren in een verzamelmap oude ansichtkaarten van het dorp. Wat zijn de straten veranderd. Zelf heb ik wel eens een voorzichtig bod uitgebracht op zo’n vooroorlogse prent, maar zonder succes. Toch heeft het een enorm nostalgische waarde en wellicht een historisch besef. De onverharde wegen op de foto, waar kinderen volop spelen, ach. Soms zou ik wel eens een kijkje willen nemen in die tijd.

Maar wat er echt veranderd was en wat gebleven is bleek pas toen de Oudheidkundige Vereniging Ermeloo mij vroeg een serie ansichtkaarten te ontwerpen. Het oude, maar ook de nieuwe situatie moest erin terugkomen. Een leuke klus. Fietsend door het dorp met de oude ansichten in mijn ene fietstas en mijn camera in de ander, ontdekte ik dat we in elk geval op goede grond wonen. Kleine bomen en struiken in de oude situatie zijn inmiddels enorme reuzen geworden. Dat maakte het fotograferen van de huidige situatie niet altijd even makkelijk. Daarnaast waren sommige locaties voorzien van vrolijke vlaggen en partytenten. Kleurrijk, maar niet geschikt voor mijn lens.

Uiteindelijk ontstond er een mooie serie die past bij de oude prentjes. Ik heb de foto’s, modern vormgegeven, gecombineerd met de oude situaties waardoor er een bijzondere serie is ontstaan. Het maken van deze foto’s heeft mijn ogen geopend. Sommige gebouwen dateren uit een ver verleden, terwijl ik daar geen weet van had. Maar daarnaast is er ontzettend veel moois verdwenen en ik realiseer me dat we heel zuinig moeten zijn op dat wat er nog wel staat.

 

Nu de kaarten gedrukt worden, vraag ik me af of er over vijftig jaar ook verzamelaars zullen zijn die mijn kaarten in hun collectie stoppen. Misschien worden ze wel via een veilingsite verkocht.. Of zitten deze kaarten straks in de enorme dozen oude ansichten op verzamelbeurzen. En dan die rijen mensen, die op zoek zijn naar dat ene kaartje. Ach, wie zal het zeggen. Eerst moeten mensen de serie nú kopen om daarmee de verenigingskas van de Ermelose Oudheidkundige Vereniging te vullen. De kaarten zullen tijdens het Oogstfeest op 23 augustus te koop zijn in de stand van de vereniging.

 

“Ik ken jou wel, hoor,” zegt Bonny tegen zangeres Carola Smit. “Hoe is het met Jan?” vraagt ze spontaan. Bonny is, naast grote fan van Carola, zelf zangeres bij de band Wimpie en de Domino’s. De twee zangeressen spreken elkaar uitgebreid in het bijzijn van de camera’s van RTL Boulevard. “Vanavond om zeven uur komt het op tv,” belooft de cameraman. Bonny is verguld en zingt tijdens de repetities de sterren van de hemel. Carola daarentegen moet nog regelmatig spieken op haar tekst.

 

Voor het magazine (P)art mocht ik een artikel maken over de band met verstandelijk gehandicapten. ‘Per ongeluk’ belandde ik in een repetitie met de Volendamse zangeres Carola Smit. Maar vooraf sprak ik uitgebreid met singersongwriter J.P. den Tex. 

Twee jaar geleden werd hij benaderd door Kunstenaars & Co om gedurende een project op zoek te gaan naar muzikale talenten onder mensen met een verstandelijke beperking. Den Tex had al ervaring met deze doelgroep en ging de uitdaging aan. “Het doel was een band neer te zetten die ook in het reguliere muziekcircuit een rol zou kunnen vervullen,” vertelt de zanger. Hij selecteerde een tiental getalenteerde – mensen met groot muzikaal (of tekstueel) inzicht of invoelingsvermogen, die niet gehinderd door al te veel muzikale ballast, zich zouden kunnen openstellen voor het creatieve, muzikale proces in zijn meest pure vorm. Den Tex besloot met een aantal schetsjes de studio in te gaan en een cd op te nemen, temeer omdat een aantal niet kan lezen en ze zo zichzelf terug kunnen horen. Den Tex, die als vlaggeschip op het project is gezet, schreef hiervoor het nummer Wim is weg. “Het is een spannende, maar vooral verfrissende uitdaging.” Ook hij had niet verwacht dat het zo snel aan zou slaan. “We kregen positieve recensies in het Parool, kwamen in de uitzending van De wereld draait door en Man bijt hond.

 

De band moet de muziek leren door eenvoudigweg ‘te doen’. Iedere maandag wordt er uitgebreid gerepeteerd in een oefenstudio in Amsterdam. De muzikanten boeken sneller dan verwacht enorme vooruitgangen en succes. Den Tex wordt bijgestaan door bassist Arnoud van den Berg. Verder zijn de bandleden afkomstig uit zorginstelling Cordaan. Een aantal helpt bij het schrijven van teksten. “God kun je niet zien is een tekst van mij,” zegt Anil van Es. Er ontstaan zo eigen nummers over onderwerpen die hen bezig houden. Het genre is Nederpop, een levenslied. “We hebben wel Doe Maar-invloeden, maar ook een beetje Annie M.G. Schmidt,” zegt Den Tex lachend. Hij brengt met zijn gitaarmuziek er nog een akoestisch ondertoontje in.

 

“Nog even en dan zijn we allemaal beroemde sterren,” zegt Bonny, terwijl ze plaats neemt naast Carola Smit. Casper brengt zijn saxofoon in gereedheid. Hij heeft een solopartij in het nummer dat de titel kreeg ‘Mooi zoals je bent’. Het oorspronkelijk Engelstalige nummer staat al op de eerste solo-cd van Carola Smit. Den Tex paste de tekst aan op zijn band. “Een tekst die recht doet aan iedereen,” zegt de Volendamse zangeres. Ze ervaart de pure emotie waarmee de band muziek maakt. Volgens De Tex put deze band uit enorme creativiteit, niet geblokkeerd door regels en hokjes. “Uiteindelijk hebben we allemaal een achilleshiel, een beperking,”zegt de singersongwriter. “Zij ervaren echter een enorme ontspanning omdat ze niks hoeven.” Toch laat Den Tex ze zoveel mogelijk zelf doen. “Wil jij de microfoons alvast klaarzetten?” vraagt hij aan Anil, die met de sleutel van de studio zwaait. “Ik ontzorg… verwacht veel van ze. Zoveel dat ze soms niet meer in het gareel binnen de instelling passen,” aldus de spil van de band. Den Tex is van plan alles eruit te halen wat erin zit. “Dat geeft ze een verantwoordelijkheidsgevoel, ook naar elkaar.”

Het begon met het nummer Wim is weg, een bandlid dat zogenaamd vertrokken is. Er kwam een cd en een clip. En nu een nummer met soliste Carola, die hiermee ook een nieuwe weg inslaat. Samen zullen ze te zien zijn op de Uitmarkt in Amsterdam. “Daarmee heb ik voldaan aan de opdracht van Kunstenaars & Co,” zegt Den Tex. Hij is zeker niet van plan de ploeg hierna in de steek te laten. “Nee, ik geniet enorm van ze. Maar het kost wel heel veel tijd en energie. En daarmee komen andere werkzaamheden op een tweede plan.”

 ’s Avonds zet ik de tv aan op RTL Boulevard op een tijdstip dat ik normaal nog druk ben met allerlei andere zaken. Maar geen Carola, geen Wimpie. Ik denk nog even aan Bonny, die vast teleurgesteld blijft wachten. Gelukkig heeft ze de volgende dag meer geluk. Een kort fragment wordt uitgezonden. En ja, precies het stukje over Jan Keizer… Het gaat me aan mijn hart dat alle mooie uitspraken van de bandleden in de prullenbak zijn beland. Maar snel overschrijft het gevoel dat ze in elk geval weer de publiciteit gehaald hebben. Want ze zijn mooi zoals ze zijn!

 

 

 

 

 

 

 

Het is eindelijk gelukt en daar ben ik best trots op. Wat? Ik heb zelf een site gebouwd en die is in de lucht. Gelukkig kon ik af en toe gebruik maken van de kennis van mijn broer. Het is dan ook helemaal geworden wat ik bedacht had. Nieuwsgierig? www.ditbenik-boekje.nl.

Er komt heel wat bij kijken om ideeën zover te ontwikkelen dat het een echt product wordt. Gelukkig hadden we New Venture als stok achter de deur. Met zo’n coachingstraject moet je steeds ‘groot’ blijven denken en stappen vooruit maken. Natuurlijk wilde ik dat ook graag, maar de aanhoudende deadlines hielden het proces in volle gang. Nu nog even het ondernemersplan voltooien:) Grappig hoor, goochelen met cijfertjes waaruit uiteindelijk blijkt dat het een heel rendabel bedrijf kan worden. We zijn er klaar voor.

De ontwerpen voor diverse moderne gedachtenisprentjes komen deze week van de drukker. Lieve zoete plaatjes voor kleine kinderen en landschappen in seizoenen voor wie dat wil. En dan de mogelijkheden om eigen foto’s en teksten toe te voegen. Zo wordt ieder prentje uniek, persoonlijk…

Heel anders zijn de oude bidprentjes die ik kocht op een markt in Maastricht. Die prentjes, van net na de oorlog hebben de authentieke afbeeldingen van een kruis of een Jezus-voorstelling. Toch zijn het heel gewilde prentjes voor verzamelaars. Maar met ons Ditbenik-prentje gaan we ze in een modern jasje gieten. Rijp voor een lange toekomst, zullen we maar zeggen! 

  

Blinde ambitie Laatst las ik een column van Vincent Bijlo. Deze visueel gehandicapte cabaretier heeft een geheel eigen kijk op de ‘zienden-wereld’. “Het is een zwaar lot als je moet zien. Ik benijd mijn ziende medemensen niet,” aldus deze columnist. “Maar sukkels zijn het wel. Ze lopen als debielen hun ogen achterna. Maar dingen die ze echt zouden moeten zien, die zien ze dan weer niet.” Hier heeft de schrijver een punt! 

Bijlo heeft succes. Hij heeft van zijn beperking een imago gemaakt. Meerdere mensen hebben juist door hun handicap talenten ontdekt en die extreem ontwikkeld. Wie terug gaat in de geschiedenis vindt Homerus, de Griekse zanger en dichter waarvan gezegd wordt dat hij blind was. Deze handicap is een voor de hand liggende reden waarom hij de kost verdiende met het vertellen van verhalen en het zingen van poëtische teksten.  Vorige week las ik in de plaatselijke krant een artikel over een blinde dorpsgenoot die gedichten voordroeg aan iedereen die het horen wilde. Deze Ermeloër schreef jaren geleden  poëtische teksten op kerstkaarten. Inmiddels heeft hij gedichten gebundeld. Bewonderenswaardig, vind ik. Tegelijkertijd weet ik dat het bij poëzie om gevoel gaat en dat dat niet afhankelijk is van schrijfkunst. Ook kinderen maken soms de mooiste woordcombinaties die een bijzonder gevoel oproepen. Kinderen beschikken gelukkig nog op een natuurlijke manier over dat talent. Daar waar veel volwassenen geremd zijn door controle en aangeleerde regels. Uit diverse projecten is gebleken dat ook een aantal mensen met een verstandelijke handicap zeer capabel zijn in het maken van poëzie. Niettemin moeten mensen met een handicap hard aan de bak om hun werk onder de aandacht te brengen. En dat valt niet mee. Dat heb ik ervaren tijdens mijn werkzaamheden bij de stichting Leonardo da Vinci, een atelier voor kunstenaars met een handicap.En hoewel ik al veel talent gezien heb tijdens mijn werk en vaak verrast ben met bijzondere kunstwerken, verbaas ik me nog regelmatig. Surfend op internet trof ik bijvoorbeeld een fantastisch filmpje over een Texaanse kunstschilder John. De student vol ideeën over de toekomst kreeg epilepsie en werd blind. John herinnerde zich dat zijn moeder vroeger veel schilderde en dat ze daarbij kon ontspannen. Daarom zocht hij verf, palet en doeken bij elkaar en begon met experimenteren.  Nu schildert hij ‘by touch’. Hij voelt het verschil in kleuren met zijn vingertopjes. Epilepsie nam zijn zicht af, maar met schilderen heeft hij een andere manier gevonden om zijn verhaal te vertellen over hoe hij de wereld ziet.   http://nl.youtube.com/watch?v=8P84bfFpVWE

stef bosHij is overal en nergens thuis. Vanaf zijn 18de trekt Stef Bos de wereld rond. Dit reizen bracht hem nieuwe inzichten en uiteindelijk de rust waar hij zo naar verlangde. Hierover mocht ik hem bevragen tijdens mijn interview in Goor. Hij trad daar op in theater de Reggehof en dus spraken we daar om 15.00 uur af.

‘Ik heb een afspraak met Stef Bos,’ zeg ik tegen de dame aan de kassa van het theater. ‘Hij komt pas tegen een uur of vijf,’ antwoordt zij. Mij rest geen keuze dan geduldig te wachten…. Sterallures? denk ik, terwijl ik in het boek ‘Alles wat was’ blader, door Stef geschreven. Ik heb enorme bewondering voor zijn poëtische testen en de ingetogen manier van muziek maken. 

Tegen vieren zie ik de muzikanten de trap van het theater op komen. Stef is er ook bij. Ik wacht geduldig af tot hij uiteindelijk naar me toekomt, zichzelf enorm verontschuldigend vanwege de miscommunicatie. ‘Ach, kan gebeuren,’ zeg ik en begin mijn interview. Niks sterallures, een open en persoonlijk gesprek over de taal van de muziek en zijn ervaringen in Zuid Afrika. Een uur vliegt voorbij en Stefs crew loopt een beetje zenuwachtig heen en weer. ‘Ik moet een hapje eten en jij ook,’ zegt de Nederlandse Belg en hij nodigt me uit om mee te gaan. Een van de muzikanten weet een restaurant en wijst de weg. Op de menukaart staat een Sudokupuzzel afgebeeld, voor Stef en zijn mannen volledig onbekend. Ik leg ze kort uit hoe het werkt en het aangename gezelschap wil de breinbreker wel afmaken. Naast het heerlijke eten is het een bijzondere ontmoeting. 

Een week later treedt Stef op in Zwolle en ik heb er al maanden naar uitgekeken. Samen met mijn partner maken we ons klaar voor het concert. ‘Allemaal nieuwe nummers,’ heeft de zanger beloofd. Terwijl mijn vriend onder de douche staat belt zijn 12-jarige zoon. ‘Ik moet opschieten want we gaan zo naar Stef Bos,’ vertelt hij enthousiast. ‘Die looser,’ antwoordt zijn zoon. ‘Hoezo, looser? En we gaan in de pauze bij Stef koffie drinken. Hij heeft ons uitgenodigd.’ ‘O, regel je dan wel een handtekening?’ ‘En je vindt het een looser..’ ‘Maar het is toch een bekende Nederlander?’

Een vol theater en geconcentreerde muzikanten. Een fantastisch programma met allemaal nieuwe liedjes en met poëtische sfeerbeschrijvingen zoals alleen Stef dat kan. Voor ik het in de gaten heb is het pauze. We gaan snel op zoek naar de muziekman Toon. Hij zal ons naar achteren loodsen. Het weerzien is super. Mijn vriend vertelt hem over zijn zoon die hem ‘looser’ noemt. Stef lacht met een blik van herkenning. ‘Da’s de leeftijd’ en hij krabbelt zijn handtekening op een Demo-cd. ‘Groeten van die looser’, schrijft hij erop.

Een fantastische artiest, een prachtig programma en een trotse puber die blij is met de cd mét handtekening van een looser…..       

Juist nu, nu ik voor mijn ‘Ditbenik-boekje’ dagelijks bezig ben met mensen die dierbare overledenen willen blijven herinneren, overlijdt mijn oma. Ik kom net terug van twee heerlijke dagen Den Bosch als mijn zus belt met het beroerde bericht dat oma bediend is, morfine krijgt en zachtjes in zal slapen.. Natuurlijk, ze is oud, ze is ziek, maar overlijden? Een raar idee…. Ik bedenk dat ik haar nog een kerstkaartje had willen sturen, maar ik kon het adressenboekje met haar nieuwe adres niet vinden. En dus ligt de kaart nog ongeadresseerd op de kast. Ik sla mezelf voor mijn hoofd dat ik vanmiddag niet een kaarsje voor haar heb aangestoken in de St Janskathedraal in Den Bosch.

Blijven herinneren, de geur, de stem die nooit meer terug zal komen. Ik denk aan mijn oma met wie ik als kleuter kralen ging kopen. Diezelfde oma, die het hele jaar in touw was om voor meer dan dertig kleinkinderen sinterklaascadeautjes te maken. Het grote sinterklaasfeest waaraan de hele familie warme herinneringen heeft.

Mijn oma begon op haar 75e nog met een boetseercursus en ontdekte haar verborgen talenten. Ze maakte een levensboom vol kleine kinderen, het pronkstuk in haar kast. Ze ging aquarelschilderen op haar 80e, maakte karakterpoppen voor iedereen. Oma deed dat waar ze in al die jaren niet aan toegekomen was. Ik pak het fotoalbum erbij. Mijn zoontje, drie maanden oud, bij haar op schoot. Wat was ze trots. 

De telefoon: oma leeft niet meer. Ze is vanmiddag in haar slaap overleden…. 

Die herinnering aan haar, mijn oma, die houd ik vast. Ze is uniek, net als ieder ander voor iemand anders uniek is. Ze heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. En dat gevoel houd ik vast.

ton overtoom    Na het idee nu de uitvoering 

De belangrijkste reden voor mij om mee te doen aan New Venture is de mogelijkheid gecoached te worden. Ik diende het plan van het Ditbenik-boekje in en kwam tussen een enorme groep studenten in de afstudeerfase. Technologische ideeën en innovatieve uitvindingen vullen de enorme lijst van New Venture, dé ONDERNEMINGSPLANWEDSTRIJD! Het toewijzen van Ton Overtoom als coach was voor mij dus een extra dimensie. Want zo kon ik iemand uit de branche vragen hoe hij tegen mijn plan aankeek. Deskundig, want Overtoom richtte met zijn partner in 2002 Het Moment op. Het Moment verzorgt de beroepsopleiding tot ritueel begeleider. Daarnaast verzorgt hij diverse coachingstrajecten voor het bedrijfsleven. www.hetmoment.nu.

Zo ging ik samen met mijn partner op weg naar Hengelo, waar Overtoom woont en werkt. Googelend kwam ik op zijn site en zag zijn bijzondere verschijning.

Hij is al jaren actief in de theater- en muziekbusiness, coördineerde diverse projecten in de kunst en religieuze wereld. In zijn professie presenteert hij zich als creatief theoloog. Zijn passie is het bespelen van de contrabas.

Benieuwd naar zijn visie. “Dagelijks komen er nieuwe ideeën in de uitvaartbranche, maar die richten zich allemaal op de periode van overlijden tot begrafenis. Daarna, het gedachtenisprentje of het bedankkaartje, gebeurt er nauwelijks iets. Ik denk, omdat jullie je daar op richten, dat dit echt iets toevoegt”, aldus de coach. We praten nog wat door over rituelen en symbolen, over doelgroepen en mogelijkheden. Vol inspiratie rijden we terug: ‘We moeten het gewoon doen!’

Op weg naar de Albert Heijn zie ik de journalist van de plaatselijke krant. “Ik heb nog nieuws voor je”, zeg ik. “Kom je langs?” Ja, en zo hebben we de eerste publiciteit binnen. Roepen dat je er bent en waarom je iets wilt. Pas dan kunnen de eerste potentiële klanten komen. Nu nog de website vullen. Binnenkort in de lucht: www.ditbenik-boekje.nl